Formatie van Ville

Code
NUVI
Status
Formeel (Van Adrichem Boogaert & Kouwe 1997). Bijgewerkt (Westerhoff & Weerts 2003).
Lithologische beschrijving

Bruine tot zwarte bruinkool, kleiig, regionaal met inschakelingen van wit zand of fijn grind (Neurath Sand Laagpakket), veelal uitgeloogd en plaatselijk veranderd in silcreet (Zandsteen van Nivelstein). Plaatselijk lagen afgerond vuursteengrind. Een enkelvoudige bruinkoollaag, de Hauptflöz (Zagwijn & Hager 1987) is lateraal opgesplitst in drie delen, van basis naar top de Morken, Frimmersdorf en Garzweiler Bruinkoollagen.

Afzettingsmilieu

Kustzone en laagland, inclusief moeras, (bruinkool), baai, lacustrien en lagunair (organische detritus en klastisch sediment), en strand en littoral (veelal zand). Grootschalige transities tussen drasland en open water aangestuurd door periodieke mariene incursies.

Definitie ondergrens

Scherp contact met continentaal zand en klei, gevormd in de overgangszone van water naar land (Duitse Köln Formation), met ondiep marien en kustzand en -klei (Formatie van Veldhoven), en met deltaïsch en ondiep marien glauconiethoudend of gebleekt zand (laagpakketten van Kakert, Heksenberg en Vrijherenberg, Formatie van Breda). Westwaarts, geleidelijke of diffuse, concordante overgang naar deels ingeschakeld ondiep marien glauconiethoudend zand (Formatie van Breda).

Definitie bovengrens

Toplaag van zuivere bruinkool kan zijn gekenmerkt door graafgangen van mariene organismen. Scherp, discordant contact met rivierzand (Formatie van Inden), deltaïsch en ondiep marien glauconiethoudend of uitgeloogd zand (laagpakketten van Kakert, Heksenberg en Vrijherenberg, Formatie van Breda) of diverse jongere eenheden.

Dikte indicatie
In Nederland tot enkele tientallen meters, in Duitsland veel dikker.
Geografische verbreiding
In de Roerdalslenk, op de Peelhorst en op het Venlo Blok overgang naar en afwisseling met ingeschakeld groengrijs, glauconiethoudend ondiep marien zand (Formatie van Breda).
Regionale correlatie

Noordzee: afwezig; VK: afwezig; DUI: Ville Formation; BEL: gedeeltelijke correlatie met de Formatie van Bolderberg.

Ouderdom
vroeg Mioceen - midden Mioceen.
Holostratotype
Boring:
Ville (ten westen van Keulen, Duitsland)
Diepte (dikte) langs boorgat:
Niet beschikbaar.
Lectostratotype
Diepte (dikte) langs boorgat:
394 - 411 m (17 m) en 440,50 - 475,50 m (35 m)
Oorsprong naam
Vernoemd naar Ville, een heuvelrug ten westen van Keulen, Duitsland.
Vorige benaming(en)
Hauptfloz, Main Seam (Hager 1968, 1981), Bruinkool Formation.
Gereviewed door (datum)
Dirk Munsterman (2018), Sytze van Heteren (2019).
Referenties
Hager, H. 1968. Zur Gleichstellung und Genese der Flöze im rheinischer Braunkohlenrevier. Fortschritte in der Geologie von Rheinland und Westfalen 16, 73-84.
Hager, H. 1981. Das Tertiär des rheinischen Braunkohlenreviers. Ergibnisse und Probleme. Fortschritte in der Geologie von Rheinland und Westfalen 29, 529-563.
Van Adrichem Boogaert, H.A. & Kouwe, W.F.P. 1997. Stratigraphic nomenclature of The Netherlands, revision and update by RGD and NOGEPA, Section I, Tertiary. Mededelingen Rijks Geologische Dienst, 50, 1-39.
Westerhoff, W.E., Weerts, H.J.T. 2003. Beschrijving lithostratigrafische eenheid. Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO. Utrecht.
Zagwijn, W.H. and Hager, H. 1987. Correlations of continental and marine Neogene deposits in the south-eastern Netherlands and the Lower Rhine District - Mededelingen van de werkgroep voor tertiaire en kwartaire geologie 24, 59-78.
Citeer als
TNO-GDN ([YEAR]). Formatie van Ville. In: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, TNO – Geologische Dienst Nederland. Geraadpleegd op [DATE] op http://www.broloket.nl/stratigrafische-nomenclator/formatie-van-ville.